Wat is het toch goed een open oog te hebben voor Gods koninkrijk en een mens te zijn die nadenkt over  Gods beloften en evenals Simeon gelooft een Verlosser en Zaligmaker nodig te hebben voor zichzelf, ja meer nog voor heel Gods volk, ja, voor alle volken. Licht  tot openbaring! om echt Hem te herkennen en te onderscheiden.
Wat goed een mens te zijn die uitziet naar Gods heil, de verlossing en heerlijkheid voor velen.
“En zie, er was een mens”(Luk.2:25)  Een oude man uit Jeruzalem. Mogelijk niet zo bekend bij mensen maar wel bekend bij God. Geen hogepriester, geen priester of andere medewerker in de tempel. Nee, gewoon een echt mens in wie de heilige Geest het voor het zeggen heeft, waardoor hij zich laat leiden en die hem op het juiste moment naar de tempel leidt. Een mens met een sterke verwachting, Hem, de Christus, persoonlijk te ontmoeten. Niet alleen voor zijn eigen behoud, maar ook zijn eigen volk waar God die zijn belofte gestand doet en hem zijn heil doet zien, een heil dat God bereid heeft voor al
zijn geliefden waar ook ter wereld. Hij mag degene zijn die onze pasgeboren Heer in zijn armen neemt en zo ook eigenlijk verwelkomt. En dat, in de drukte van een tempel die met al haar toebehoren en godsdienstige werkzaamheden juist naar Hem, de Christus, de Verlosser verwijzen. Zonder overigens zijn aanwezigheid te bespeuren. Wat een zegen als onze waakzame God in ons die opmerkzaamheid vindt, die geopende harte-ogen, die gericht zijn op Hem, die ons in de drukte van de moderne wereld woorden van eeuwig ontfermen en perspectief kan schenken. Omdat we Hem kennen en door Hem gekend zijn. Tot een zegen van velen.
Ik moet bij het lezen over Simeon denken aan dat bekende lied: ‘Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt U zijn ontmoet’? Dit verhaal kan ons verlangen om onze Heer nabij te komen aanwakkeren. Wat goed is het dan te weten dat het allereerst God Zelf is, die uitziet naar de zijnen en verlangt om dichtbij ons te zijn. Daartoe heeft Hij immers zijn Zoon gezonden. Dat verlangen naar open ogen, naar God én de zijnen wil God heel graag in uw en mijn leven schenken en versterken, waardoor zijn aanwezigheid onder de zijnen ons niet ontgaat en er lofzang uit ons hart wordt losgemaakt.
Kerntekst.
Hij zal komen en Hij zal u verlossen.
Dan zullen de ogen der blinden geopend worden
en de oren der doven ontsloten worden. (Vooral geestelijk bedoeld).
Jesaja 35:5.
Geliefde Vader.
Wat dank ik U hartelijk dat wij als uw kinderen bestemd zijn
tot gelijkvormigheid aan het beeld van uw Zoon (Rom.8:29).
Uw  Zoon die zo sterk met U verbonden is en die zegt:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, doet ook de Zoon evenzo”(Joh.5:19).
Daarom willen wij ook, net als onze Heer, onze harteogen gericht houden op uw heerlijkheid.
We danken U, dat wij net als uw Zoon geopende ogen van het hart zullen hebben.
Om te zien, en te aanschouwen Hem, die tot zijn Vader gebeden heeft:
” Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt-Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij  bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt (Joh.17:24).
Wat goed Vader dat door het geloof de weg naar het heiligdom-voor uw kinderen geopend is en dat U het bent die ons geopende harteogen schenkt om zo onze Heer -én elkaar-te zien zoals U. En we zo geheel met U zijn. Zoals Simeon die te midden van de drukte in de tempel en wat er al niet gaande was in het land, met groot enthousiasme  kon getuigen van uw heil en uw bedoelingen met uw volk en uw wereld. Met geopende ogen. Zoals U dat altijd al bedoeld heeft. Vader, toon ons uw heerlijkheid! Uw wil geschiede. Amen