Gehoor geven aan onze roeping.

Wat een belangrijk onderwerp! Heeft het niet alles te maken met Gods roepstem in ons leven? Met zijn plan en bedoeling voor ons persoonlijk heil?
De Hebreeën schrijver, vermoedelijk de apostel Paulus, getuigt ervan hoe God in het verleden tot de voorouders gesproken heeft door middel van profeten, maar nu de tijd ten einde loopt spreekt Hij tot ons door middel van zijn eerstgeboren Zoon (Hebr.1:1 en 2), wiens troon stand houdt tot in alle eeuwigheid; en door wiens koningschap het volle heil tot ons komt (:8). Daarin komt ook onze roeping - het verkondigen van de grote daden Gods - weer binnen ons bereik in Christus.
In Hebreeën 2:1 wordt gesproken over aandacht schenken aan dat woord van God.
Feitelijk wordt bedoeld: het woord naderbij brengen, je in de richting van dat woord opstellen, het woord toepassen en gebruiken en als maatstaf aanleggen, naleven en er op letten er acht op slaan; je er in verankeren.
In Gods woord lezen we over die schitterende werkelijkheid, dat God ons in zijn Zoon Jezus Christus heeft aangenomen als zijn zonen; en Hij handelt met ons dienovereenkomstig. Hij is vol ijver om ons daar te brengen waar wij thuishoren: bij Hem. En dat doet Hij om zijn eigen heilige naam in deze wereld te openbaren.
En toch vindt God niet altijd mensen die zich met hart en ziel aan zijn woord verslingeren en dit woord als een maatstaf voor hun leven in zich opnemen én navolgen en zo Gods roeping voor hun leven echt verstaan.
Ook de Hebreeën - de brief werd vermoedelijk rond het jaar 67 na Christus geschreven - neigden er reeds sterk toe van dit enorme woord van God af te vallen of weg te drijven, omdat ze niet voldoende in dit woord verankerd waren en ze de scherpte, het nu of nooit, het HEDEN van dit oord verontachtzaamden en afdreven van zijn woord en daarin ook van hun roeping. In Hebreeën 3 lezen we: Heden, indien u zijn stem hoort, verhardt uw harten niet. Verharden is bijvoorbeeld: “Och, God is genadig, het zal zo’n vaart niet lopen....” en het woord niet serieus nemen, niet volgen en er niet echt naar leven.
In onze dagen is dat niet anders. Veel gelovigen kiezen in moeilijke perioden van hun leven eigen wegen en “haken af”. Hun leven raakt op drift; in plaats van God samen met anderen te verwachten in goede en kwade dagen, in goed en in slecht gerucht. In trouw aan onze heerlijke God.
Het afdrijven van die hoge roeping zit er maar zo in. Ook bijvoorbeeld in activisme. In het langs menselijke weg trachten het goddelijke doel voor zichzelf of anderen te verkrijgen in plaats van de rust in te gaan. (Hoofdstuk 4:1).
Ik ken bij mijzelf ook het plezier hebben in het ondernemen, in je inzetten voor anderen, voor medegelovigen; maar boven dit alles uit zoek ik Hem die mij persoonlijk verder leidt in zijn rust. Om tot mijn hart te spreken.
Uit het voorbeeld van Adam en Eva weten we wat het gevolg is van het niet blijven bij zijn woord: het afvallen van de hemelse roeping om samen met God te verkeren en te eten van de boom des levens. Dat is eigenlijk de zonde bij uitstek. Doodzonde!.
Het maakt dat mensen zich voor elkaar gaan schamen en van elkaar vervreemden.
Feitelijk is de hele Hebreeënbrief één aansporing voor bewust leven met God.
In Christus hebben wij deel aan het totale verlossingsplan van God waardoor wij als zijn zonen gaan wandelen. God behandelt en tuchtigt ons als zonen (Hebr.12:7). We hebben niet ontvangen een geest van slavernij maar wij hebben ontvangen de Geest van het zoonschap, waardoor we medeërfgenamen zijn van Christus. (Rom.8:17). God heeft de Geest van zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Jullie zijn dus niet meer slaaf, doch zoon; en indien jullie zoon bent, zijn jullie ook erfgenamen door God (Gal. 4:7). (NBG vertaling).
Weer moet ik denken aan dat schitterende woord uit de Romeinenbrief: "Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder zeer veel broeders en zusters; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook GEROEPEN; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt". (Rom.8:29,30). Het is allemaal Gods werk in het leven van de zijnen.
Wat een heerlijke roeping! We zullen wandelen (lees ook: bidden) in alles wat God ons geschonken heeft en al wandelend van onze Vader autoriteit ontvangen om zijn leven door te geven, om recht te spreken en om handelend op te treden. Wat goed om ook in ons gebed Gods verlossingsplan te betrekken, opdat onze roeping vervuld wordt: Gods heerlijkheid openbaren en als zijn huisgezin Gods feestelijke etalage zijn in onze wereld.
En wat het mooie is: God Zelf ondersteunt ons bij het bevestigen van onze goddelijke roeping.

Kerntekst.
Niet u hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen opdat u heen zult gaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve wat u Hem bidt in mijn naam..
Dit gebied Ik u, dat u elkaar liefhebt!
(Joh.15:16 en 17).

Lied.
Ook deze stap wil Ik met je nemen.
Trek dan nu op, trek uit, overwin.
Zie niet meer om, mijn toekomst ligt vóór je.
Mijn Koninkrijk komt, als je blijft, onderweg
op het pad, naar mijn stad.
Ik ben God, Ik ga door.

Gebed.
Wat willen wij U danken Vader met ons hele hart, dat U ons heel persoonlijk roept om deel te hebben aan uw verlossingsplan om met U te zijn, om met U te wandelen in het nieuwe leven. Heerlijke Vader wanneer U ons roept, ervaren wij uw grote liefde. Hier zijn wij Heer; wij eren uw heerlijke naam.