Ik doe niets...tenzij

Het is sabbat wanneer een man die 38 jaar lang geleden heeft aan een verlammende ziekte, en door Jezus genezen is en met zijn  matrasje onder de arm, blij naar huis gaat.  Geestelijke leiders, die echter geen oog hebben voor zijn geluk, spreken hem aan over dat matrasje onder zijn arm.  Het is immers strikt verboden om op sabbat met een matras onder je arm te lopen. Dat valt onder "werken".  Ook Jezus spreken zij  aan over zijn werk.  Maar Hij zegt: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg  u: De Zoon kan niets doen van Zichzelf, tenzij Hij de Vader dat ziet doen."  Lees :Joh.5: 1-20. 
Wat bijzonder is het dat wij deze  woorden van Christus, die Hij van zijn Vader ontvangen heeft en die ons leven in Hem verrijken, door Hem gesproken zijn onder de druk van duisternis, aanklacht en doodsbedreiging. Een licht dat schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet gegrepen. (Joh.1:5). En wat een zegen voor ons die geloven, om in het waarachtige Licht te leven en Hem te volgen die gezegd heeft: "De Zoon kan niets van Zichzelf doen, tenzij."
Wanneer  ik dat lees gaat het door mij heen: "Geldt dat ook niet voor allen die Hem volgen op hun levensweg naar Hem?
Niets doen, tenzij? En dat niets doen is niet een bepaalde leegte zonder activiteit, maar heeft te maken met ruimte, met het in God zijn en je in zijn heerlijkheid bevinden; met het ontbreken van zorg en drukte. Met zijn liefde in je binnenste. Je hoort dat wel uit de mond van mensen: "Hè, heerlijk, nu even lekker helemaal niets moeten doen; even genieten van de goede dingen die God reeds geschonken heeft." God doet dit zelf ook; bijvoorbeeld wanneer Hij rust na zijn scheppingswerk op de zevende dag. (Gen.2:2). God ligt dan niet te slapen, nee Hij geniet van zijn schepping en ziet uit naar de ontwikkeling ervan. Vooral van zijn laatste scheppingsdaad, van de mens, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. 

Die ruimte, die vrijheid van Gods kinderen in hun van God gegeven ruimte bij God: ruimte in tijd en plaats en eeuwigheid. Dat rusten in die ruimte bij God en zijn heerlijkheid en perspectief is zeer belangrijk bij ons werken. We gaan dan niet in ons werk op, maar wij ervaren iets van zijn scheppingskracht in ons leven; terwijl de innerlijke ruimte en liefde alleen maar sterker worden.
Wat mooi is het dat we steeds door ons gebed, en dankzegging, al het goede dat we van Hem ervaren, bij onze Vader kunnen verkrijgen. 
Weer denk ik aan het Hogepriesterlijk gebed, waarin Christus voor de zijnen, voor u en mij bidt: "En de heerlijkheid, die U mij gegeven hebt heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en U in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat U Mij gezonden hebt en dat U hen liefgehad hebt, gelijk U Mij liefgehad hebt.
Dat woord "gelijk", dat 7 maal in dit gedeelte van het Hogepriesterlijk  gebed in Johannes 17 voorkomt, valt op. Wij, die leven in Hem.
Is het niet schitterend als wij door zijn aan ons geschonken heerlijkheid, Hem, onze Heer volkomen navolgen; ook in het "niets tenzij"? Wat goed om deze vraag persoonlijk, maar ook in momenten van samenzijn te overwegen. 

Kerntekst.
En Hij heeft alles onder  Christus' voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de gemeente.
(Ef.1: 22).

Lied.
De Heer ontfermt zich en voert heerschappij
over een volk dat zijn naam belijdt.

Refrein.
Dit is de werk'lijkheid, dit is de waarheid,
waar wij aan deel gekregen hebben.
U maakt ons waarlijk vrij (2x)
dit is de werk'lijkheid.

U brengt ons in uw ruimte, de engte verdwijnt,
daar is geen vrees meer voor U.

Gebed.
Vader, wat is uw heerlijkheid toch ontzettend verrijkend voor onze ziel. Wat een ruimte voor uw aangezicht en wat een perspectief in ons dagelijks leven, waarin we uw hand steeds
duidelijker herkennen. Uw heerlijkheid en macht waarin U ons doet delen, bewerkt in ons overgave aan U.  Heer, hier zijn we; wij prijzen uw naam.

.