Gods verlangen.
Wat goed was het feestelijke samenkomen van vorige zondag, de veertiende december. Juist het elkaar bevragen over onze persoonlijke gedachten met betrekking tot ons regelmatig bijeenkomen, maakte veel tongen los. Het antwoord van een van de zusters raakte mijn hart. Zij vertolkt in haar antwoord Gods verlangen tot samenzijn in eenheid met alle gelovigen. Waar of wie dan ook. Wat is het goed om in ons hart dit verlangen van God -dat met Hem ook ons verlangen is- in ons hart een vaste plaats te geven!
Wanneer ik aan Gods verlangen denk, dan moet ik denken aan het laatste moment voor zijn heengaan, zijn hemelvaart, samen met zijn elf discipelen. Van hen wordt geschreven: "Als zij Hem zagen aanbaden zij, maar sommigen twijfelden". En dan zegt Jezus:"Mij is gegeven alle macht in de hemel -in de onzichtbare wereld- en op de aarde-de zichtbare wereld. Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen, mijn leerlingen, en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld". Is dat niet Gods verlangen; één kudde en één herder.(Joh.10:16). En we weten reeds dat dit verlangen bewaarheid wordt. (Jes. 21). En daar mogen wij samen aan meewerken; aan zijn verlangen. Ieder in zijn/haar eigen omgeving.
Wat een allesomvattende oproep aan die elf discipelen rondom Hem; ook voor ons, om heen te gaan met Hem, zodat alle volken de oproep, een leerling van Hem, Christus, te zijn, vernemen.
Wat schitterend! Over eenheid gesproken!. Alle gelovigen, leerlingen van Hem, Christus, die ieder persoonlijk door Hem onze God worden geleerd en met Hem spreken en overleggen. Jesaja profeteert hier reeds over: "Al uw zonen zullen leerlingen des Heren zijn" (Jes. 54:13, NBG vert.). Eerder zegt Jesaja over zichzelf: "De Here Here heeft mij als een leerling leren spreken, om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here Here heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest. De Here Heere helpt mij, Hij is mijn Helper." Zo zullen ook wij uit Gods mond verstaan wat Hij verlangt, wat zijn bedoeling is en wat wij zullen spreken en voor Hem vragen. Tot zegen van velen.
Hem persoonlijk vragen en antwoorden is blijdschap voor onze Vader. Ik denk aan psalm 25 :14. Gods vertrouwelijke omgang is met hen die ontzag voor Hem hebben, en aan wie hij zijn liefdesverbond bekend maakt. God verlangt persoonlijk met zijn kinderen te spreken, om ook persoonlijk uit hun eigen mond hun gedachten en vragen te horen en hun eer voor Hem te vernemen. Dat weten we ook van onze ouders die zo blij zijn met de eerste woorden van hun kleine, en met de kleine gesprekjes daarna.
Wat een rijkdom om Gods stem te horen uit de eerste hand en Hem antwoord te geven.
Als we bidden: Uw wil geschiede, is het prachtig wanneer wij hem vragen: "Vader wat wilt U; waar verlangt U naar?" Zijn antwoord is altijd verrassend en leven verwekkend. Hij is het die jou antwoord geeft en richting voor jouw leven. En aan wie we werkelijk alles mogen vragen. Ook, uw wil, uw verlangen geschiede. Is dat niet het belangrijkste gebed?
Kerntekst,
De Heer verlangt ernaar u genadig te zijn, en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want de Heer is een God van recht.
Welzalig allen die op Hem wachten.
(Jesaja 30:18).
Lied.
(Van de bruid van God, de gemeente, die Gods verlangen deelt).
Mijn ziel wordt van verlangen hier verteerd
om U te dienen op de rechte wijze.
(Uit liedboek psalm 119:8-a)
Gebed.
(Met aanvullend het gebed van Christus zelf).
Geliefde Vader. Wat schitterend is het om te ontdekken dat U het Zelf bent die onze liefde wekt.
Uw trouw, uw woord, uw onbeschrijfelijke goedheid stelt ons in staat te leven naar uw verlangen. Zoals uw Zoon bidt: Vader, Ik bid U voor al uw kinderen die door uw woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk U, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn: opdat de wereld gelove dat U Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en U in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne,dat U Mij gezonden hebt, en dat U hen hebt liefgehad, gelijk U Mij hebt liefgehad. (Joh. 17: 20-23).
Recente reacties