Waarom grijpt God niet in?

In onze huidige wereld met al haar vormen van  duisternis, in nood, kwaad en geweld, wordt dikwijls de vraag geuit waarom God, onze Heer, dit alles maar laat gebeuren en niet persoonlijk ingrijpt. God is toch almachtig en wil toch vrede op aarde? Ik moet denken aan het verhaal van de eerste zonde, als Eva zich door de stem van de tegenstander laat verleiden om tegen de wil van God, toch te eten van die aantrekkelijke vrucht van de kennis van goed en kwaad, en ook Adam van die vrucht geeft. God weet daarvan, maar grijpt niet in om die zonde te voorkomen. 

Om antwoord te geven op deze vraag wil ik voor de duidelijkheid een deel van een gesprek tussen God en Abram weergeven uit Genesis 15:13-16, waarin God  met Abram  spreekt in een visioen over de toekomst van zijn volk; het  nageslacht van Abram, die later Abraham genoemd wordt. Wat prachtig dat God in een duistere wereld naar die ene mens zoekt, om uiteindelijk  een volk te verzamelen tot licht in een duistere wereld. God spreekt tot Abram: "Wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdeling zullen wonen in een land dat niet van hen is (Egypte) en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, vierhonderd jaar lang. Maar Ik zal hun onderdrukkers ter verantwoording roepen, en dan zullen zij (Gods volk) wegtrekken met grote rijkdommen. Pas de vierde generatie zal hierheen terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven, dat de maat vol is".
Onze God, die de wereld liefheeft (Joh.3:16) en alle dingen overziet, grijpt dus niet onmiddellijk in, maar neemt alle tijd; ook ten behoeve van de heidenen, de Amorieten.  Abram woont te midden van hen. En God deelt hem zijn bedoeling, zijn plan mee:

 "Ik ben de Heer die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de Chaldeeën, om je dit land in bezit te geven" (Gen.15: 7). In die toenmalige boze wereld vindt God een mens naar zijn hart met wie hij een liefdesverbond sluit en die Hij een nieuwe naam geeft:  Abraham. Een vader van vele volken. "Ik zal u buitengewoon vruchtbaar maken en u tot volken  stellen en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land geven, waarin u als vreemdeling vertoeft. Dit is mijn verbond, dat u zult houden tussen Mij en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden wordt". En God spreekt met hem over het hoe en wanneer.
Wat goddelijk dat God ook denkt aan de Amorieten te midden waarvan Abraham woont en ze nog 400 jaar gunt. En er dus niet aan denkt om in te grijpen. God heeft immers ook zijn vijanden lief? U weet wel; Joh.3:16.Want al zo lief heeft God zijn wereld gehad....Hij wil niet dat mensen verloren gaan. Wat een heerlijke God hebben we toch, wiens liefde voor zijn wereld een hele lange adem heeft. En, we weten ook dat Gods ogen over de gehele aarde gaan, om krachtig bij te staan, hen wier hart volkomen naar Hem uit gaat.(2 Kron.16:9) God wil samen gaan met de zijnen ook in tijden van onrust en strijd, opdat zij heerschappij zullen hebben samen met hun Heer.(Lees ook Gen.1:26) God grijpt niet gauw in maar verzamelt en versterkt zijn gunstgenoten. Het licht der wereld. Hun geloof overwint immers de wereld! (1.Joh. 5:4). God heeft zijn mensen nodig!

En wij? God wil samengaan met de zijnen ook in tijden van onrust en strijd, opdat zij heerschappij hebben samen met hun Heer, God grijpt niet gauw in maar verzamelt en versterkt zijn gunstgenoten. Het licht der wereld. Geliefde God, wat bent U toch een heerlijke Vader voor uw volk.

God heeft ons gesteld tot het zout der aarde en tot het licht der wereld." (Matt.5: 13 en 14). Hoe zal het ons vergaan als  het zout zijn kracht verliest en wordt weggeworpen?
God zegt tot zijn leerlingen:  "Jullie zijn het licht der wereld, een (licht-) stad  boven op een berg die helder schijnt voor de mensen.
Hoe? Door te wandelen met onze God. Zoals Henoch (Gen. 5:22),  Noach (Gen.6:9), David (Ps. 86:11), Jezus (2 Cor.6:16). En wij? Wij zullen wandelen in nieuwheid des levens (Rom. 6:4) en ons bekleden met Christus. (Gal.3:27) met nieuwe klederen. (Op.3:4)  Pas uit ons wandelen, ons omgaan met Christus, dragen wij zijn vrucht in ons doen en (vooral) ons laten.

Wandelen door Gods Geest van wijsheid en openbaring maakt ons tot mensen die hun Heer en zijn liefde door en door gaan kennen met hun hele hart (Ef.1:17) en steeds meer oog hebben voor Gods verlangen en bedoeling (plan). (Gen.1:26 en Matt. 28:18-20.
Hoe schitterend is het dat onze Heer niet allereerst reageert en ten strijde trekt tegen het kwade, maar zijn mensen, zijn leerlingen verzamelt en versterkt, zijn licht in deze duistere wereld. Een licht dat de duisternis overwint.
Nee, God grijpt niet in, tegen het kwade, maar heeft zijn plannen reeds gereed. De profeet Jesaja getuigt van Gods woord:  "Zie Ik maak iets nieuws."(Jes.43 :19) en de apostel Johannes getuigt: En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,(Op.21:1a).
Wat goed om deze beloften een plaats te geven in ons hart en in ons overleg met anderen. En juist en vooral in onrustige tijden ons oog op Hem onze Heer gericht hebben, die tegen zijn leerlingen gezegd heeft: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.
We zagen reeds eerder hoe de profeet Habakuk het uitschreeuwt naar God vanwege al het onheil en wetteloosheid in het land en hun oorlog met de Chaldeeën. En God bezoekt hem en doet hem zien dat het God zelf is die de Chaldeeën tot deze oorlog opgewekt heeft tot tuchtiging  van zijn volk en dat de rechtvaardige door zijn geloof zal leven. Door zijn gemeenschap met onze God worden zijn ogen geopend en verandert zijn klacht in een blijde lofzang voor Hem: "Ik zal juichen in de Heer en jubelen in de God van mijn heil" (Hab. 3:18). Zo zullen ook wij jubelen in Hem, ook in onze dagen. Omdat wij Hem zien en zijn grote liefde en wijsheid ontdekken. En een lofzang voor Hem in onze harten niet meer is tegen te houden.

Kerntekst

Zalig, u die nu weent, want u zult lachen. (Luk. 6: 21).

Lied.

Dan zal Gods volk Hem loven in een dans,
jongeren en ouderen tezamen.
Want Hij verandert tranen in een lach
en Hij vertroost het hart.
En wij zullen juichen in de Heer,
ja juichen in de Heer en leven zonder zorgen.
Wij zullen juichen in de Heer,
ja juichen in de Heer en leven zonder zorgen.
Gebed.
Geliefde God, wat bent U toch een heerlijke Vader voor uw volk. Een liefdevolle Vader die ook in moeilijke tijden zijn eigen volk versterkt en het doet juichen als zij zien dat God echt de allerhoogste is en alle  liefdes- macht heeft in de hemel en op aarde. U haalt bij uw kinderen de moeite niet weg, maar U opent hun ogen voor uw heerlijkheid en macht en wijsheid. Glorie voor uw heerlijke naam!