Hier wil Ik wonen!
Misschien heeft u dit ook weleens in verrukking uitgeroepen, bijvoorbeeld na uw zoektocht naar een ander huis met uw makelaar. Wat een heerlijk huis! Wat een ruimte en wat een licht en bovenal, wat een schitterend uitzicht. Hier wil ik wonen! Onze Heer heeft het ook uitgeroepen. Hoor maar: "Dit is mijn rustplaats voor immer. Hier wil ik wonen!." (psalm 132:14). God wil net als zijn schepselen, wonen, samenwonen, bij ons wonen. Jezus zegt: "Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn geboden bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen." (Joh.14:23).
In psalm 133 lezen we hoe lieflijk het is als broeders tezamen wonen. Het is als kostelijke olie en als verfrissende dauw, een plaats waar onze God zijn zegen gebiedt en waar Hij eeuwig leven schenkt.
Bij de berijming van deze psalm heeft de psalmist een regel toegevoegd: "Daar woont Hij zelf....."
Ik kan mij daar geheel in vinden.
"Daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen en 't leven tot in eeuwigheid".
Wanneer wij door Gods Geest wandelen en leven met Hem, zijn wij woningen van onze God, waar naar zijn wil, en zijn verlangen echt geleefd wordt. Gelijk in de hemel, zo ook op aarde. De hemel is de plaats waar Gods wil en verlangen tot zijn volle recht komen.
En spreken we niet van een hemel op aarde waar Gods wil en de wil van zijn kinderen samen gaan?
Een lied zingt er van:
In de hemel is vreugd', heel de aard' zingt mee,
allerwegen wordt gejubeld: De Here leeft!
Al uw werken Heer, spreken van uw lof.
Uw getrouwen zegenen uw naam.
In de hemel is vreugd', Heel de aard' zingt mee ...enz,
Hemel en aarde horen echt bij elkaar.
U kent dat lied nog wel:
Er ruist langs de wolken een lieflijke naam, die hemel en aarde verenigt tezaam.
Het leven met God onze Vader is ons niet gegeven opdat we aan het eind van ons leven in de hemel komen; neen, het gaat erom dat God over de zijnen kan zeggen: "Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen want haar heb Ik begeerd. Haar voedsel zal Ik rijkelijk zegenen, haar armen zal Ik met brood verzadigen, haar priesters zal Ik met heil bekleden, haar vromen zullen vrolijk juichen...haar vijanden zal Ik met schaamte bekleden. (Ps.132:13-18). In dit bedevaartslied van David lezen we: Voorwaar, ik zal aan mijn ogen geen slaap gunnen, totdat ik voor de Here een plaats gevonden heb, een woning voor de Machtige van Jakob.(Ps.132:4,5).
Wat prachtig dat het bij David, bij de zijnen, allereerst gaat om God die bij zijn kinderen zijn rustplaats vindt. Een plaats waar Gods liefde, trouw en vergevingsgezindheid, en heil en goedheid en nog veel meer, leiden tot een hemels klimaat.
Kerntekst.
God geve u, naar de rijkdom van zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in uw harten een woning make.
Dan zullen we geworteld en gegrond in de liefde, samen met alle heiligen de breedte, lengte, hoogte en diepte van de liefde van Christus zien. En ontdekken dat het kennen van Hem alle kennis te boven gaat. Zo zult u volstromen met Gods volkomenheid. (Ef.3:16-19).
Lied.
Ik leef in de hemel,
want overal is God.
Volop ruimte binnen
de grens van zijn gebod.
Ik leef vrij en blij
in de geestkracht van Hem.
Het oor van ons hart
geeft gehoor aan zijn stem.
Leven, dat is leven,
onaantastbaar leven.
Vrij van wat vergankelijk is, wegend slechts wat eeuwig is.
Verbonden met de Zoon,
jubelend rondom zijn troon.
Gebed.
Geliefde Vader, hoe goed is het nieuwe leven, dat U door uw liefde voor uw kinderen hebt bereid. Wij zoeken met blijdschap U in alles na te volgen. En wij zoeken er naar door uw Geest voor U een rustplaats te zijn. U die ons betrekt bij uw eeuwig plan voor uw wereld.
Gezegend is uw heerlijke naam!
Recente reacties