Laat ons mensen maken.

Wat prachtig als God met enthousiasme zijn grote verlangen reeds in het eerste hoofdstuk van de bijbel kenbaar maakt: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken, opdat zij heerschappij voeren over de hele aarde en over alles wat daarop leeft.” (Gen.1:26). God zoekt mensen naar zijn hart. Hij stelt zich een mens voor ogen zoals zijn Zoon, Jezus Christus. Ik moet denken aan de laatste woorden van Jezus aan zijn discipelen. Ook daar gaat het over het maken van mensen: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde. Maakt al de volken tot mijn discipelen.”(Matt.28:18,19). Komt Gods verlangen naar mensen die geschapen zijn naar zijn evenbeeld hier niet duidelijk naar voren?
Ook in het Onze Vader gebed klinkt dit verlangen door: Uw naam worde geheiligd (allereerst in ons eigen leven), uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede. Want van U, die ons verlost, is het Koninkrijk der hemelen.
God verandert mensen en vormt de zijnen naar zijn bedoeling, naar zijn evenbeeld: mensen die echt op Hem lijken.
De apostel Paulus spreekt daar ook duidelijk over wanneer hij aan de Romeinen schrijft: “Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon.(Rom.8:29).

Onze almachtige God heeft ons nodig; ook bij het uitvoeren van zijn heilsplan met deze wereld. Hij ziet uit naar ons!
Ook in onze gebeden. Ons hele leven zal vervuld zijn van Gods verlangen, zijn wil. Zijn wil geschiede door ons leven heen. U heeft immers gesproken; “Laat Ons mensen maken naar ons beeld en gelijkenis, opdat zij door uw hand heerschappij uitoefenen over de gehele aarde en alles wat daarop leeft?” We lezen immers: “Al uw zonen zullen leerlingen des Heren zijn” (Jes.54:13) en de aarde zal vol zijn van de (harte-)kennis des Heren zoals de wateren de bodem der zee bedekken.(Jes.11 :9). Wat groots hè? En wat nodig!
God heeft ons geschapen tot zijn eer om door ons leven en onze woorden heen zijn naam te verheerlijken, en groot te maken. Zo vermaant de apostel Petrus de gelovigen, in Klein Azië (het huidige Turkije), als bijwoners en vreemdelingen een goede wandel te leiden onder de heidenen. Heb hen lief opdat zij nader toeziende op jullie goede werken ertoe moge komen God te verheerlijken, wanneer zij zelf verzocht worden.(1 Petr.2:11,12).
En spreekt ook het ‘Onze Vader’- gebed niet over zijn verlangen, zijn wil? Gelijk in de hemel, zo ook op aarde? We weten dat God enthousiast uitroept: “Laat Ons mensen maken naar ons beeld en gelijkenis”, Mensen die op God lijken! Hoe groot is dat! En dan te bedenken dat dit ook nog het nadrukkelijke verlangen van onze machtige hemelse Vader is.
Wat goed als wij ons ook persoonlijk aangesproken weten door zijn Woord en wij op allerlei wijzen, door ons leven in deze wereld, vaak zelfs ongemerkt, Gods licht verspreiden. Jezus, het licht der wereld, zegt immers ook tegen zijn discipelen: “Jullie zijn het licht der wereld.” (Matt.5:14). Mensen naar Gods bedoeling en verlangen.

Kerntekst.
Hij heeft u bekendgemaakt, o mens,
wat goed is en wat de Here van u vraagt:
niet anders dan recht te doen
en getrouwheid lief te hebben,
en ootmoedig te wandelen met uw God.
(Micha 6:8).

Lied.
De volheid van de Godheid woont lichamelijk
in de Heer (3x)
en wij zijn volmaakt in Hem.

In Hem worden wij opgebouwd tot huis Gods
in de Geest, (3x)
tezamen een tempel Gods.

Gelovend in de werking Gods, die Hem heeft
opgewekt.(3x)
en wij zijn volmaakt in Hem.
(Kol.2:10-12).

Gebed.
Hoe groot bent U Vader, dat U ons tot mensen maakt die delen in uw volmaaktheid. Ja, eigenlijk nog meer: die ons juist samen met anderen doet delen in uw volmaaktheid. U verlangt met ons die eenheid onder al uw kinderen tot stand te brengen. En voor dit verlangen willen we, ook in de gebedsgroep, bidden. Vader, wilt U dit uiterst belangrijke in de harten van ons, van al uw kinderen, wakker maken, tot een ononderbroken gebed. Tot eer van uw heilige naam. Amen.