Innig verbonden

Wanneer Jezus, het licht der wereld (Joh.8:12) aanwezig is op het tempelplein, waar het druk is vanwege het ‘feest der lichten’, het Chanukka-vernieuwings-feest (Joh.10:22), wordt Hij lastiggevallen door mensen met de vraag: ”Indien U de Christus bent, zeg het ons dan ronduit.” Jezus’ antwoordt dat Hij dat reeds aan hen gezegd heeft, maar dat zij Hem niet geloven, omdat zij niet tot zijn schapen behoren. Mijn schapen horen naar mijn stem. Ik ken hen. Wat Ik van mijn Vader gekregen heb gaat alles te boven. Niemand kan iets roven uit de hand van mijn Vader. Ik en de Vader zijn één.” (Joh. 10:30).

Het is die innige verbondenheid met zijn Vader, die Jezus te midden van die duistere religieuze feestdrukte “het licht der wereld” doet zijn.

Die innige verbondenheid van Jezus met zijn hemelse Vader komt voort uit zijn getuigenis: “Ik kan van Mijzelf niets doen (Joh.5:30). Mijn Vader toont Mij alles wat Hijzelf doet (Joh.5:20). Geldt dat ook niet voor ons die Jezus volgen? Ik denk het wel. Wat prachtig dat ons volgen van Hem feitelijk begint met “niets doen”. Uit neerzitten en genieten van zijn rust in het samen zijn met Hem die zegt: “Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven”(Matt.11: 28 en 29). Die rust is het die u en mij innig verbonden doet zijn en blijven met Hem. In zijn stilte. Is dit niet de basis van het evangelie? En daarmee ook de basis van onze handel en wandel en spreken mét en over Hem?

Heeft Gods schepping van onze wereld en van onszelf ook niet in stilte plaatsgevonden

en niet met veel lawaai of zelfs met een oerknal?

Vindt de innige liefde van de bruid tot haar bruidegom niet vooral plaats in die stille omgang?

Ik moet ook denken aan Jezus die met zijn discipelen terugkomen na een voettocht en we lezen dat de discipelen ieder naar zijn huis ging, maar Jezus begaf zich naar de Olijfberg om te bidden (Joh.7:53 en Joh.8:1), om alleen bij zijn Vader te zijn met wie Hij met zijn hele wezen verbonden is. Met wie Hij één is. Die innige verbondenheid met zijn Vader zocht Jezus keer op keer. Jezus had op de Olijfberg en ook elders zijn plekje gevonden om met zijn Vader te spreken, zijn hart bekend te maken, te bidden voor de discipelen en vooral om kracht van boven te ontvangen om zijn roeping op aarde volledig te volbrengen en de wil van zijn Vader uit te leven. Hij getrooste zich moeite om de naam, het wezen van zijn Vader in zijn leven volledig tot uitdrukking te brengen.

Dat zien we ook bij een andere man Gods, Jozua de zoon van Nun. Hij had ook zijn plekje gevonden. Dat lezen we in Exodus 33:11. Hij ging steeds met Mozes mee naar de tent der samenkomst, waar God met Mozes sprak. Wanneer Mozes terugkeert naar het kamp, verlaat Jozua zijn jonge dienaar de tent niet. Elders staat: Jozua week niet uit de tent. Zo’n klein zinnetje betreft dat grote in hem, zijn verlangen om veel en innig samen te zijn met zijn God. Geen wonder dat God Jozua, uitkiest om zijn volk het beloofde land binnen te leiden.

Begrijp me goed, het gaat er niet om dat je altijd een bepaald plekje moet hebben om te bidden. Het gaat om het hart dat innig met God verbonden wil zijn. Daarom deed Jozua zijn naam eer aan: Verlosser. Jozua is dezelfde naam als Jezus. Het is slechts de Hebreeuwse versie van de Griekse naam Jezus. Wat bijzonder is het dat die innige verbondenheid met onze Vader voor al Gods kinderen geldt! Wat goed om daarvoor ook in de gebedsgroep te bidden. In het Onze Vader gebed treffen wij die verbondenheid aan: “Uw wil geschiede.”