Oorspronkelijk leven.

Wanneer God enthousiast uitroept: “Laat Ons mensen maken die op Ons lijken”, stelt Hij zich een mens voor ogen, zoals zijn Zoon Jezus Christus. Een mens naar Gods hart.
Als zijn discipelen kibbelen wie van hen wel de eerste is, plaatst Jezus een kind in hun midden en zegt: “Voorwaar, Ik zeg jullie, als jullie je niet bekeert en jezelf gering acht als deze kinderen, zullen jullie voorzeker het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan.” De kinderen, die Jezus benaderen vanuit hun eigen oorspronkelijkheid en echtheid, zijn een voorbeeld voor de discipelen.
Werd die kostelijke omgang van de eerste mensen met hun God in het paradijs ook niet beschadigd door de verleiding tot macht door beïnvloeding van de tegenstander?
Is die eigen oorspronkelijkheid, niet een gave van onze Heer, die ons verlost en tot vrije mensen maakt met hun eigen oorspronkelijke wijze van denken, spreken en handelen, in nauwe verbonden met Hem die ons persoonlijk roept?
Ik denk aan de roepstem van Jezus: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven. Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.” (Matt. 11:28,29). Wat goed, om je te schenken aan Hem. Wat een voorrecht om door Christus binnen te gaan in de vrede van het Koninkrijk der hemelen; in nederigheid. Die nederigheid en zachtmoedigheid maakt Christus voor zijn innerlijk verharde geestelijke leiders, , tot een onneembare vesting van liefde. Ook in zijn toorn over de weerspannigen was Hij zeer bedroefd over de verharding van hun hart, waardoor zij zelf niet binnen konden gaan in het Koninkrijk van God, en ook anderen beletten om binnen te gaan. (Marcus 3:4 en 5). Reeds Psalm 119, bekend bij de geestelijke leiders in die dagen, is sprake van dat binnengaan: “Gelukkig zijn zij, die Hem met hun hele hart zoeken” (:2). Of psalm 69: U, die God zoekt, uw hart leve op” (:13).
Wat een geluk hebben wij toch met een God, die de harten van zijn geliefden verheft; en wij in vrijheid blij kunnen zijn als die kleinen, u weet wel, als die kleine jongen die haast dansend naast zijn vader wandelt. Veilig, zonder zorg, helemaal zichzelf en oorspronkelijk levend, zoals hun hemelse Vader dit altijd al bedoeld heeft.
Ja, mensen met hun (eigen) eigenheid: die weten te wandelen met hun Hemelse Vader bij wie ze altijd thuis zijn. Die altijd naar hen uitziet, omdat Hij hun Vader is. Wat een voorrecht om steeds binnen te gaan in het Koninkrijk van Gods vrede. In dat oorspronkelijk leven met Hem in vreugde. Hier en nu.

Kerntekst.
Zo spreekt God:
Ik zal op kale heuvels rivieren doen ontspringen en bronnen te midden van de valleien.
Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen.
(Jes.41: 18)

Lied,
Sion, o Sion, o stad van God,
vol van vreugde spreekt men van U.
Zalig de mens die er heeft zijn thuis,
Al zijn vreugde vindt hij in U.
Zingend en dansend getuig ik nu:
Al mijn vreugde ontspringt hier in U.

Gebed.
Wat een eindeloos geluk zoekt U voor uw volk te bereiden, machtige Vader. Wij willen U hiervoor eren met ons leven voor uw aangezicht. U bent de Gever, die uw kinderen uw oorspronkelijke leven schenkt om samen met U en de uwen te wandelen. Hoe groot is uw heerlijke naam!