Het nieuwe verbond.

Wanneer Jezus onze Heer, tijdens  het laatste avondmaal, de beker met wijn opheft, zegt Hij: "Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u uitgegoten wordt" (Lucas 22:20). De lijdensweg was bijna gelopen. Het grote verlossingswerk voor deze wereld, waar de gehele schrift naar verwijst, is bijna voltooid.
Minder dan 20 uur later zal Jezus aan het kruis uitroepen: Het is volbracht! (Joh.19:30).
Sinds Adam de man naar Gods hart zich liet verleiden door de satan en zich openstelde voor het vooruitzicht aan God gelijk te zijn en zo het gif van de hoogmoed van de verleider, satan, indrinkt en daarmee het nageslacht tot in de wortel vergiftigde is er van de Goddelijke afhankelijkheid en nederigheid niet veel meer over.
God zoekt echter vanaf het begin de mens tot verlossing te brengen.
Wanneer Abram door God geroepen wordt (Gen.12:1-3) en hij vol geloofs- gerechtigheid (Rom.4:13) 24 jaar lang door allerlei situaties heen Gods roepstem volgt, ontvangt hij van God een nieuwe naam: Abraham: 'vader van vele volken' en sluit God een verbond met hem (Gen 17:1-8). Een speciale liefdesband die te maken heeft met een bepaalde plaats in Gods heilsplan: Christus als hoofd van een volk, dat Hem toebehoort. Ook te vergelijken met de huwelijksband.
Met Mozes als middelaar van het zogenaamde oude verbond wordt Gods liefde voor een heel volk zichtbaar gemaakt in geboden, wetten, voorschriften en priesterschap. God neemt met deze wetten zijn geestelijk nog kleine kinderen bij de hand: Doe dit en je zult leven en overvloed hebben.
Echter de wet baat het Joodse volk niet. De wet is er uiteindelijk vooral om de overtredingen te doen blijken (Rom.2:12-24 en Galaten 3:19).
Een nieuw verbond is nodig. Een verbond met een eeuwige hogepriester Jezus Christus, die voor de zijnen bidt en die zegt: Ik zal Mij verbinden aan het huis IsraëIs: Ik zal mijn wetten in hun verstand en in hun harten schrijven (Hebr.10:16) En een verandering van priesterschap houdt ook in een verandering van wet (Hebr.7:12).
In plaats van de gezindheid van Adam die aan God gelijk wilde zijn, ontvangen wij door de rechtvaardigheid van Christus die prachtige gezindheid van het Lam, van de zachtmoedige mens, die het gode gelijk zijn heeft afgelegd (Fil. 2:5-11).
In onze gebeden willen wij ons daarnaar uitstrekken.
In de gebedsgroep zullen wij ook spreken over ons persoonlijk leven naar die nieuwe van God ontvangen  liefdes wetten.