Over opstanding gesproken

Ik zie een kleine jongen, wandelend aan de hand van zijn vader. Neen, hij loopt niet, hij huppelt, hij danst en praat met zijn vader en geniet van die gloednieuwe wereld rondom.
Dit tafereel doet mij denken aan het opstandingsleven, aan Jezus, die zegt: "Ik ben de opstanding en het leven.Wie in Mij gelooft, zal leven ook al sterft hij".(Joh.11:25). Wat een nieuw en levenwekkend Woord van Hem, door wie we ons laten vormen naar zijn beeld en gelijkenis! Voor u en mij die zich in geloofsvertrouwen gehecht weten aan Hem, Christus, die zijn leerlingen ook wijst op dat kind, dat geniet aan de hand van zijn vader. Intens genietend van het nieuwe leven van God, onze Vader, in ons binnenste.
De apostel Paulus schrijft aan de gemeente te Rome; “Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, gedoopt zijn in zijn dood?" We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgestaan, om een (geheel) nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is, omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven, als slaven van de zonde. (Rom.6:4-6). Aan de Filippenzen schrijft de apostel Paulus, dat hij zijn oude bestaan, zoals schriftgeleerde, achter zich laat om slechts Christus te kennen en de kracht van zijn opstanding te ervaren. 'Ik wil delen in zijn lijden en aan Hem gelijkvormig worden in zijn dood, om zelf te mogen komen tot de opstanding uit de doden, (Fil.3:8-11). Wat goed om deze woorden van Paulus te overdenken, ook in gebed, om de diepte van Christus’ opstanding aan den lijve te ervaren en te verstaan. Om Hem die ons voorgaat te kennen.
Wat is het echt kennen van onze Heer toch belangrijk om het leven in de opstanding van Christus in ons binnenste alle ruimte te geven,

Wat heeft Jezus onze Heer veel mensen doen opstaan! Even een voorbeeld.
Als Jezus op sabbat (wij zouden zeggen 'op zondag') naar Jeruzalem gaat vanwege het loofhuttenfeest en Hij door de Schaapspoort Jeruzalem binnenkomt, komt Hij ook langs een heel groot bad met vijf zuilengangen 'Betesda' geheten, waar een menigte van zieken, blinden en verlamden ligt. (Joh. 5:1-9).
Het verhaal gaat, dat van tijd tot tijd het water door een engel des Heren (Joh.5:4) in beweging wordt gebracht. Alleen degene die na de beweging van het water het eerst in het water komt, wordt gezond; welke ziekte hij ook heeft.
Het oog van Jezus is gericht op een man die al 38 jaar ziek is. Jezus die weet dat hij daar reeds een lange tijd is, vraagt hem:
"Wil jij gezond worden?" En dan vertelt de zieke aan Hem zijn trieste levensverhaal; en dat hij niemand heeft die hem helpt om hem, wanneer het water in beweging komt, zo snel mogelijk in het badwater te brengen.
En dan zegt Jezus tot hem: "Sta op", neem uw matras op en wandel!"
En terstond wordt de man gezond en neemt hij zijn matras op en gaat zijnsweegs. Het verhaal ontroert mij om Jezus' liefdesmacht, en hoe wijs Hij met mensen omgaat. Hij is bescheiden en vraagt de man eerst of hij gezond wil worden. Daar gaat de man niet direct op in, maar hij vertelt eerst zijn verhaal. Jezus heeft alle geduld. Maar als de man is uitgesproken gaat Hij niet in op het verhaal, de klachten van de man, maar spreekt: "Sta op"! Wat een ommekeer! Eerst alleen dat spreken over zijn moeilijke situatie. Een vraag om begrip. En dan onze Verlosser die hem persoonlijk aanspreekt en hem, ook letterlijk, op zijn eigen voeten doet staan."Sta op"!
Is dit verhaal soms ook niet bestemd voor ons, Gods kinderen die weten van de goede gaven die God hen geschonken heeft en steeds wil schenken, maar toch dikwijls hun Heer vertellen over die moeilijke situaties die hen dagelijks kwellen en die maar niet veranderen? En onze Heer luistert en heeft alle tijd. Totdat Hij spreekt: Sta op! Ja, zelfs midden in die situaties, die maar niet lijken te veranderen. Ik denk ook aan de profeet Habakuk, die tot God schreeuwt vanwege het geweld van de vijand in het land. Maar wanneer God tot hem spreekt over de rechtvaardige die uit het geloof zal leven en dat God het Zelf is die de vijand in het land heeft geroepen als tuchtiging van zijn zondig volk, verandert Habakuk door het woord van God. En hoewel de situatie in het land niet verandert, het hart van de profeet verandert wel en er ontstaat in hem een loflied voor zijn Heer (Lees:Habakuk 1:1-4 en hoofdstuk 3 helemaal).
Maar wat een feest is het wanneer Gods "Sta op" in ons leven wordt verstaan, opgevolgd en uitgeleefd, waardoor Christus' opstanding in ons hart de volle ruimte krijgt en onze harte--ogen Hem echt zien: Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. (Hebr. 2:9).
We weten dat wanneer onze genezen man blij en vrolijk -wellicht fluitend van plezier- zijns weegs gaat met zijn matrasje onder zijn arm, hij door vrome leidslieden wordt aangehouden: "Hé man, je weet toch wel, dat je op sabbat niets mag meedragen!”
Ja, het is inderdaad sabbat en ook nog de eerste dag van het loofhuttenfeest. Een week lang een opgewekt en vrolijk feest. Niet alleen vanwege het binnenhalen van de oogst in de zevende maand. Maar later ook een feest van de terugkeer uit de ballingschap terwijl ook de blijdschap van de inwijding van de tempel door koning Salomo wordt herdacht. Maar ik geloof dat onze verloste man na 38 jaar ziekte en de verlossing daarvan door de man uit Nazareth, ook terugkeert na zijn langdurige "ballingschap", en zijn nieuwe leven door Jezus' opstandingskracht met vreugde tegemoet gaat.

Kerntekst.
Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus; in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Verheug u hierover, ook al moet u nu nog een korte tijd allerlei verzoekingen verduren. Zo kan de echtheid van uw geloof blijken; kostbaarder dan vergankelijk goud.
(1Petr.1:3-7).

Lied.
Komt en ziet Gods grote daden.
Hij is geducht
in wat Hij voor de mensen doet.
Hij veranderde de zee in het droge,
door de rivier trokken zij te voet

Refrein:
Juicht Gode, gij ganse aarde.
Psalm zingt de heerlijkheid van zijn naam.
Laat nu ieder Hem aanbidden.
Psalm zingt, maakt heerlijk nu zijn lof.

Voorwaar,God heeft mijn roep gehoord.
Hij heeft gelet op mijn luid gebed.
Geprezen zij God, die mijn bede niet afwees,
noch mij zijn goedertierenheid onthield.
Refrein:

Gebed.
Hoe groot bent U Heer!
U kent uw kinderen, U heeft weet van hun doen en laten. U bent in uw Zoon een Vader voor hen.
U verlost en geneest hen en plaatst uw kinderen op hun voeten en schenkt hen een nieuw leven met verlichte ogen van het hart. Een leven in uw opstandingskracht. U verlangt ernaar met uw kinderen te spreken en te wandelen. U die gesproken heeft: “Laat Ons mensen maken die op Ons lijken, opdat zij heersen over de gehele aarde en alles wat daarop leeft." Tot eer en glorie van uw heilige naam. Amen.