Identificatie met God de Vader
Dit eerste uit het Latijn overgenomen woord ‘identificatie’ dat vereenzelviging betekent, heb ik in de titel gebruikt, om het belang en het bijzondere van dit woord voor elke gelovige in zijn of haar relatie met God te onderstrepen, én niet te vergeten.
Ik moet weer denken aan die kleine jongen die in volkomen eenheid aan de hand van zijn vader huppelt en danst van plezier, al pratend, en genietend van al het moois in die voor hem nieuwe wereld.
Dit tafereel roept bij mij de eenheid op met onze hemelse Vader.
Is die eenheid met onze Vader niet het belangrijkste in ons leven op aarde? Vooral de apostel Johannes schrijft hier veel over. En dat vanuit zijn eigen hartsrelatie met Christus.
Over eenheid, de vereenzelviging met onze Vader gesproken.
De apostel Johannes weet waarover hij schrijft. Wel 100 maal klinkt de naam ‘Vader’ (met hoofdletter) in zijn evangelie. Dat is tweemaal zo vaak als bij de voorgaande drie evangeliën samen.
“God zoekt mensen die in eenheid met Hem willen leven.” Met Hem, die gezegd heeft: “Ik en de Vader zijn één” (Joh. 10:30). Is die schitterende uitspraak ook niet ons perspectief? De Hebreeënschrijver merkt op: “En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich éénmaal geofferd heeft om veler zonde op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachten.(Hebr. 9; 27 en 28).
Als voorbeelden van die vereenzelviging met onze hemelse Vader noem ik enkele namen van mensen op hun weg naar eenheid met Hem, met soms een wat meer uitgebreide levensgeschiedenis.
Ik denk aan Jozef, (Genesis 37 tot 45), de zoon van Jacob en Rachel. Zijn vader schenkt hem een extra mooi gewaad. Zijn broers zien dat de liefde van hun vader vooral naar Jozef uitgaat. Zij kunnen dat gewoon niet uitstaan. En wanneer Jozef ook vertelt over zijn dromen waarin zij allen en later ook de zon en de maan en elf sterren zich voor hem buigen, haten zij hem nog meer. Wanneer Jozef zijn broers met hun kudden opzoekt, werpen ze hem in een put en verkopen hem aan kooplieden die op weg zijn naar Egypte, waar hij geheel onschuldig in de gevangenis belandt. En dan lezen we dat de Here met Jozef is en hij medewerker wordt en alles wat hem in die gevangenis door de overste wordt toevertrouwd gelukt, omdat de Here met hem is. Lees: Gen.39:21-23.
Ook wanneer hij de dromen van twee medegevangenen kan uitleggen.
Wanneer de koning een nare droom heeft over een naderende hongersnood is Jozef degene die de droom verheldert en uitlegt. Jozef wordt onderkoning die namens de koning het reddingsplan voor Egypte en wijde omgeving leidt. Zo komen ook zijn broers, die zich voor hem buigen, en later ook Benjamin en hun vader Jakob. Allen worden uiteindelijk goed door Jozef voorzien.
De dromen van Jozef zijn vervuld tot redding van zeer velen.
Ook het woord van God aan Abraham wordt vervuld, dat over een verblijf van zijn volk gedurende vierhonderd jaar als vreemdelingen in een land dat het hunne niet is. (Lees Gen.15:13-15).
En wat een machtige leiding van God in Jozefs leven naar zijn plan met zijn volk, tot redding van zeer velen. En wat een lijdensweg van Jozef-in nabijheid van God- was daartoe nodig!
Een andere persoon is Hanna (1 Sam.1-2:19). Omdat zij geen kinderen heeft, sart Peninna de tweede vrouw van haar man Elkana, die wel kinderen heeft; ze is jaloers op Hanna omdat de liefde van Elkana vooral naar Hanna. uitgaat. Elk jaar gaat Elkana vanuit zijn woonplaats Rama, in Efraĩm, met zijn gezin naar het heiligdom in Silo, dat in de buurt van Bethlehem ligt, om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en Hem zijn jaarlijkse offer te brengen. We lezen: “Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer brengt, geeft hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees, maar het mooiste stuk geeft hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de Heer haar moederschoot gesloten Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren, omdat de Heer haar geen kinderen gaf. Zo ging het jaar in jaar uit.”
Later, wanneer de familie weer naar Silo gaat, staat Hanna op en gaat het heiligdom binnen om te bidden.
En dan gebeurt iets groots van Godswege. Hanna smeekt de Heer om een zoon; nee, niet voor zichzelf, zij doet een gelofte en bidt:
“Schenk mij een Zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan U.” De oude priester Eli reageert op haar langdurig bidden, maar bevestigt haar diepe wens die zij aan haar God heeft uitgesproken. Niet veel later ontvangt zij een zoon: Samuel, wat betekent: “Ik heb hem aan de Heer gevraagd” Als hij ‘van de borst’ is gaat Hanna weer mee naar het jaarlijkse offerfeest. Mét Samuel. Daar zal hij “voor de Heer verschijnen en daar voor altijd blijven”.
In het hart van Hanna is een jubelzang ontstaan: “Nu juicht mijn hart dankzij de Heer, fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de Heer, mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden, want dankzij uw hulp beleef ik vreugde. Hij verheft uit het stof wie berooid is, “Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde”.(Lees: 1 Sam.2:1-10).
Wat een schitterende werkelijkheid van God die voor de zijnen een hart vol jubel voor Hem heeft bereid.
En ook, wat een prachtig voorbeeld voor al Gods kinderen. Doorlopend gebed kan op een geheel andere en veel betere wijze door God verhoord worden. Voor Hanna zou het ontvangen van een kind een prachtig antwoord zijn. Huiselijke problemen zouden dan zijn opgelost. Maar God heeft iets anders, iets beters in gedachten. Iets wat strookt met zijn plan voor u en voor zijn wereld. Daartoe heeft Hij ook Hanna in het hart gegeven een zoon voor Hém onze Heer te ontvangen.
En bidden wij in het ‘Onze Vader’ gebed daarom ook niet; ‘Uw wil, uw verlangen, geschiede’?
Tenslotte nog enkele regels over David.
Als Samuel van Godswege geroepen wordt een nieuwe koning voor het volk te zalven in het huis van zijn vader Isaï, schenkt God zijn zegen aan de afwezige, aan David, die op zijn schapen past. Heeft die afwezigheid van David te maken met zijn psalm 51:7? Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen: Maar God zegt tegen Samuël. Déze is het, zalf hém tot koning over Israël. God kent de zijnen. Wanneer koning Saul hem gedurende een lange tijd zoekt om hem te doden, blijft hij vertrouwen op zijn God die Hem kent en vormt naar Gods beeld. (Gen 1:26). Zij.psalmen stralen wereldwijd Gods liefdeskracht en glorie uit. In psalm 66 herkennen we die volkomen vereenzelviging van David met zijn God, die hem vormde naar zijn beeld. In vers 14 lezen we: Wij zijn door vuur en door water gegaan, maar U bracht ons naar een land van overvloed.
En wij? Zullen wij niet delen in diezelfde vorming van ons door Hem die gezegd heeft: “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld en gelijkenis” Ook als de dingen anders gaan dan wij dachten?
:
Kerntekst.
Totdat wij allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis
van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.
(Ef. 4:13).
Lied.
God vormt zich een legerschare,
dapper onversaagd,
die des Heilands naam vermelden,
doen wat Hem behaagd.
Geen van hen leeft meer zichzelve,
maar voor God alleen;
Hij is Koning van hun harte,
Hij en anders geen.
(Uit bundel Johannes de Heer).
Gebed.
Wij danken U Vader dat U ook heden spreekt over mensen naar uw beeld en gelijkenis (Gen,1:26). Mensen die ingaan op uw verlangen, die uw woord in hun leven de volle ruimte geven. U bent het die uw kinderen juichend voor U doet verschijnen en uw naam in hun leven groot maken.
Hoe groot is uw naam!
Recente reacties