Tekst voor vandaag Johannes 20:1-10

We lezen het Evangelie volgens Johannes op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de tekst van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Johannes 20:1-10 in verschillende vertalingen hardop.

Johannes 20:1-10
NBV: Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. ²Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ ³ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.

BGT: Na de sabbat, op zondagochtend, ging Maria uit Magdala naar het graf. Het was heel vroeg in de ochtend, het was nog donker. Toen ze bij het graf kwam, zag ze dat de steen voor het graf weggehaald was.
Maria rende weg, naar Simon Petrus en de leerling van wie Jezus veel hield. Ze zei tegen hen: ‘De Heer is weggehaald uit het graf! En ik weet niet waar hij naartoe gebracht is.’ ³ Meteen gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf, ze renden erheen. 4 De andere leerling liep sneller dan Petrus, en was het eerst bij het graf. 5 Hij keek naar binnen en zag de doeken liggen. Maar hij ging het graf niet in.
Kort daarna kwam ook Simon Petrus bij het graf. Hij ging wel naar binnen.
Hij zag de doeken liggen, ook de doek die om het hoofd van Jezus gezeten had. Die lag niet bij de andere doeken, maar apart, netjes opgerold.
De andere leerling ging nu ook het graf in. Toen hij de doeken daar zo zag liggen, geloofde hij dat Jezus was opgestaan. In de heilige boeken stond al dat Jezus moest opstaan uit de dood. Maar dat hadden de leerlingen nog niet begrepen.
10 Toen gingen Petrus en de andere leerling terug naar huis.

HSV: ‘En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf weggenomen was. Daarom snelde zij terug en ging naar Simon Petrus en naar de andere discipel, die Jezus liefhad, en zei tegen hen: Ze hebben de Heere uit het graf weggenomen, en wij weten niet waar zij Hem neergelegd hebben. Petrus dan ging naar buiten, en de andere discipel, en zij kwamen bij het graf. En die twee liepen samen, maar de andere discipel snelde vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. En toen hij vooroverboog, zag hij de doeken liggen, maar toch ging hij er niet in. Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging het graf wel binnen en zag de doeken liggen. En de zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen maar afzonderlijk, opgerold, op een andere plaats. Toen ging ook de andere discipel, die het eerst bij het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde. Want zij kenden de Schrift nog niet dat Hij uit de doden moest opstaan. De discipelen dan gingen weer naar huis.’
‭‭
The Message: ‘Early in the morning on the first day of the week, while it was still dark, Mary Magdalene came to the tomb and saw that the stone was moved away from the entrance. She ran at once to Simon Peter and the other disciple, the one Jesus loved, breathlessly panting, “They took the Master from the tomb. We don’t know where they’ve put him.” Peter and the other disciple left immediately for the tomb. They ran, neck and neck. The other disciple got to the tomb first, outrunning Peter. Stooping to look in, he saw the pieces of linen cloth lying there, but he didn’t go in. Simon Peter arrived after him, entered the tomb, observed the linen cloths lying there, and the kerchief used to cover his head not lying with the linen cloths but separate, neatly folded by itself. Then the other disciple, the one who had gotten there first, went into the tomb, took one look at the evidence, and believed. No one yet knew from the Scripture that he had to rise from the dead. The disciples then went back home.’
‭‭
Lectio (wat valt mij op)
In het begin van het Johannes evangelie wordt de verbinding gelegd met de schepping van de wereld. Hier wordt een soortgelijke verbinding gelegd. Er wordt gesproken over ‘dag één’, en dat het nog donker is. En straks zullen Maria van Magdala en Jezus in de hof verschijnen als een nieuwe Adam en Eva.
Letterlijk staat er dat Maria van Magdala naar de gedachtenis plek gaat. Ze ziet dat de steen van het graf is weggerold, en dan is er één en al vaart in het verhaal. Ze rent naar Petrus en Johannes en zegt dat de heer uit het graf is weggehaald en het niet duidelijk is waar hij nu is neergelegd. Petrus en Johannes snellen hals over kop naar de gedenkplaats en daar zien ze wat er aan de hand is. Er worden drie verschillende woorden voor zien gebruikt. We kunnen vertalen als kijken, bezien, en inzien. We worden zo uitgenodigd om met hen steeds dieper zicht te krijgen op de betekenis van wat hier gebeurt.
Dat diepere inzicht ontstaat ook op de grondlijnen van de hele Schrift. De opstanding van Jezus uit de dood blijkt een rode draad te zijn door de hele Schrift. God die orde uitgeschept, leven uit de dood, licht uit duisternis, bevrijding uit slavernij, doortocht door de doodszee, een volk gered uit de ballingschap als dorre doodsbeenderen die weer levend worden.
Letterlijk staat er dan dat ze terug gingen naar zichzelf. Ze keren in, ze gaan zich bezinnen, er ontstaat een moment van reflectie.

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem dit gedeelte en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Wat spreekt mij aan
De verbazing en de verrassingspot van dit gedeelte af. Er begint hier echt iets heel nieuws. Het is ongehoord, en volstrekt onverwacht. Het is volstrekt begrijpelijk dat met deze plotwending niemand rekening had gehouden. En zo worden uitgedaagd om met ons geestesoog mee te kijken. Wat is hier aan de hand? Wat zegt de Schrift over “uit de dood opgestaan“? Laten we eerst maar tot inkeer, tot ons zelf komen, voordat we verder gaan en de draad weer oppakken.

Oratio (Gebeden)
Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte aan God willen zeggen?
– Aanwezige, U doorbreekt de banden van de dood. Het is ongehoord, en onvoorstelbaar, U bent de enige die dit kan doen.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
⁃ Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

⁃ Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser