Tekst voor vandaag Johannes 18:1-27

We lezen het Evangelie volgens Johannes op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de tekst van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Johannes 18:1-27 in verschillende vertalingen hardop.

Johannes 18:1-27
NBV: Nadat Jezus die alles gezegd had, ging Hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidron. Daar liep Hij een tuin in, met zijn leerlingen. 2 Judas, die Hem zou uit leveren, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. 3 Judas ging ernaartoe, samen met de cohort soldaten en een aantal dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 4 Jezus wist precies wat er met Hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ 5 Ze antwoordden: ‘Jezus van Nazaret.” Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, die Hem kwam uitleveren, erbij stond. 6 Toen Hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. 7 Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus van Nazaret.’ 8’Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,” zei Jezus. ‘Als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ ⁹Zo moest zijn uitspraak in vervulling gaan: ‘Geen van hen die U Mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ 10 Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?”
De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden Hem. 13 Ze brachten Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester, 14 en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één mens sterft voor het hele volk.’ 15 Simon Petrus kwam met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, 16 maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. 17 Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?” “Nee, ik niet,’ zei hij. 18 De knechten en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen.
19 De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. 20 Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. 21 Waarom ondervraagt u Mij? Vraag het toch aan de mensen die Mij gehoord hebben, zij weten wat Ik gezegd heb.’ Toen Jezus dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden? 23 Jezus zei: ‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat Ik heb gezegd, waarom slaat u Me dan? 24 Daarna stuurde Annas Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
25 Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. Ben jij soms ook een leerling van Hem? vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ik niet. 26 Maar een van de knechten van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je in die tuin bij Hem was?“ Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.

The Message: ‘Jesus, having prayed this prayer, left with his disciples and crossed over the brook Kidron at a place where there was a garden. He and his disciples entered it. Judas, his betrayer, knew the place because Jesus and his disciples went there often. So Judas led the way to the garden, and the Roman soldiers and police sent by the high priests and Pharisees followed. They arrived there with lanterns and torches and swords. Jesus, knowing by now everything that was coming down on him, went out and met them. He said, “Who are you after?” They answered, “Jesus the Nazarene.” He said, “That’s me.” The soldiers recoiled, totally taken aback. Judas, his betrayer, stood out like a sore thumb. Jesus asked again, “Who are you after?” They answered, “Jesus the Nazarene.” “I told you,” said Jesus, “that’s me. I’m the one. So if it’s me you’re after, let these others go.” (This validated the words in his prayer, “I didn’t lose one of those you gave.”) Just then Simon Peter, who was carrying a sword, pulled it from its sheath and struck the Chief Priest’s servant, cutting off his right ear. Malchus was the servant’s name. Jesus ordered Peter, “Put back your sword. Do you think for a minute I’m not going to drink this cup the Father gave me?” Then the Roman soldiers under their commander, joined by the Jewish police, seized Jesus and tied him up. They took him first to Annas, father-in-law of Caiaphas. Caiaphas was the Chief Priest that year. It was Caiaphas who had advised the Jews that it was to their advantage that one man die for the people. Simon Peter and another disciple followed Jesus. That other disciple was known to the Chief Priest, and so he went in with Jesus to the Chief Priest’s courtyard. Peter had to stay outside. Then the other disciple went out, spoke to the doorkeeper, and got Peter in. The young woman who was the doorkeeper said to Peter, “Aren’t you one of this man’s disciples?” He said, “No, I’m not.” The servants and police had made a fire because of the cold and were huddled there warming themselves. Peter stood with them, trying to get warm. Annas interrogated Jesus regarding his disciples and his teaching. Jesus answered, “I’ve spoken openly in public. I’ve taught regularly in meeting places and the Temple, where the Jews all come together. Everything has been out in the open. I’ve said nothing in secret. So why are you treating me like a conspirator? Question those who have been listening to me. They know well what I have said. My teachings have all been aboveboard.” When he said this, one of the policemen standing there slapped Jesus across the face, saying, “How dare you speak to the Chief Priest like that!” Jesus replied, “If I’ve said something wrong, prove it. But if I’ve spoken the plain truth, why this slapping around?” Then Annas sent him, still tied up, to the Chief Priest Caiaphas. Meanwhile, Simon Peter was back at the fire, still trying to get warm. The others there said to him, “Aren’t you one of his disciples?” He denied it, “Not me.” One of the Chief Priest’s servants, a relative of the man whose ear Peter had cut off, said, “Didn’t I see you in the garden with him?” Again, Peter denied it. Just then a rooster crowed.’
‭‭
Lectio (wat valt mij op)
In Johannes lezen we een koninklijke passie. Jezus staat hier ook met Koninklijke autoriteit. Ze komen wel naar Hem toe met wapens en fakkels, maar Jezus is degene die het echte licht hierover laat schijnen en die de echte macht heeft. Hij is zich ook volledig bewust van wie hij is. Twee keer zegt hij: ik ben het. Daarin verwijst hij naar de naam van God, en daarmee ook naar zijn eigen diepste werkelijkheid. Dit blaast de soldaten omver, tegen zoveel autoriteit en gezag kunnen ze niet op. Jezus kiest er ook voor om deze weg alleen te gaan. Terzijde wordt nog even aangegeven dat je niet naar het zwaard moet grijpen. Het kwaad wordt niet overwonnen met het zwaard, maar doordat Jezus ervoor kiest om het lijden te dragen. Ook wordt nog gezegd dat Jezus sterft voor zijn volk. Zo wordt steeds een dieptepeiling gegeven van wat hier plaatsvindt. Jezus geeft ook aan dat het volstrekt duidelijk is waar hij voor staat, dat heeft hij altijd in het openbaar gezegd. Daar kwam hij steeds in het openbaar voor uit. Dit staat in schril contrast het met hoe Petrus erin staat. Driemaal zegt Petrus dat hij Jezus niet kent. En dan kraait de haan en breekt de laatste dag van Jezus leven aan.

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem dit gedeelte en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Wat spreekt mij aan
Ik vind het bijzonder om te zien dat Jezus in dit Johannes evangelie steeds het initiatief neemt. Hij regisseert bijna zijn eigen veroordeling. Het is een koninklijke passie. En het staat in schril contrast het met wat Petrus doet. Petrus kiest voor geweld, Jezus kiest voor geweldloosheid. Petrus verbergt wie hij is, Jezus heeft niets te verbergen.

Oratio (Gebeden)
Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte aan God willen zeggen?
 – Aanwezige, dank U dat Jezus bereid was zijn leven op te offeren voor zijn volk.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
        ⁃       Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

        ⁃       Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser