Tekst voor vandaag Johannes 6:1-15

We lezen het Evangelie volgens Johannes op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de tekst van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Johannes 6:1-15 in verschillende vertalingen hardop

Johannes 6:1-15
NBV: Daarna ging Jezus naar de over kant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias ge noemd). Een grote menigte men sen volgde hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen hij bij zieken deed. Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest.
Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toekwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen. Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’ Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. “Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden. Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf om gerstebroden die men had gegeten. Toen de mensen het wonderteken dat hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’ Jezus begreep dat ze hem wilden dwingen om mee te gaan en hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok hij zich terug op de berg, alleen.

BGT: Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel in het Meer van Tiberias genoemd wordt. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte.
Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest.
Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ 6 Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen.
Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ” ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’
Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen.
Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden.
Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood.
De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen.

HSV: ‘Hierna vertrok Jezus naar de overkant van de zee van Galilea, ofwel van Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken. En Jezus ging de berg op en ging daar zitten met Zijn discipelen. En het Pascha, het feest van de Joden, was nabij. Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tegen Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten? Maar dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist Zelf wat Hij zou gaan doen. Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor hen niet genoeg, zodat ieder van hen een beetje zou kunnen krijgen. Een van Zijn discipelen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei tegen Hem: Hier is een jongetje dat vijf gerstebroden en twee visjes heeft, maar wat betekenen die voor zovelen? En Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. En er was veel gras op die plaats. Dus gingen de mannen zitten, ongeveer vijfduizend in getal. En Jezus nam de broden, en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die daar zaten; op dezelfde manier werden ook de visjes uitgedeeld, zoveel zij wilden. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tegen Zijn discipelen: Verzamel de overgebleven stukken, zodat er niets verloren gaat. Zij verzamelden ze nu en vulden twaalf manden met stukken van de vijf gerstebroden die overgebleven waren bij hen die gegeten hadden. Toen de mensen dan het teken dat Jezus gedaan had, gezien hadden, zeiden zij: Híj is werkelijk de Profeet, Die in de wereld komen zou. Omdat Jezus nu wist dat zij zouden komen en Hem met geweld mee zouden nemen om Hem koning te maken, trok Hij Zich opnieuw terug op de berg, Hij Zelf alleen.’
‭‭
The Message: ‘After this, Jesus went across the Sea of Galilee (some call it Tiberias). A huge crowd followed him, attracted by the miracles they had seen him do among the sick. When he got to the other side, he climbed a hill and sat down, surrounded by his disciples. It was nearly time for the Feast of Passover, kept annually by the Jews. When Jesus looked out and saw that a large crowd had arrived, he said to Philip, “Where can we buy bread to feed these people?” He said this to stretch Philip’s faith. He already knew what he was going to do. Philip answered, “Two hundred silver pieces wouldn’t be enough to buy bread for each person to get a piece.” One of the disciples—it was Andrew, brother to Simon Peter—said, “There’s a little boy here who has five barley loaves and two fish. But that’s a drop in the bucket for a crowd like this.” Jesus said, “Make the people sit down.” There was a nice carpet of green grass in this place. They sat down, about five thousand of them. Then Jesus took the bread and, having given thanks, gave it to those who were seated. He did the same with the fish. All ate as much as they wanted. When the people had eaten their fill, he said to his disciples, “Gather the leftovers so nothing is wasted.” They went to work and filled twelve large baskets with leftovers from the five barley loaves. The people realized that God was at work among them in what Jesus had just done. They said, “This is the Prophet for sure, God’s Prophet right here in Galilee!” Jesus saw that in their enthusiasm, they were about to grab him and make him king, so he slipped off and went back up the mountain to be by himself.
‭‭
Lectio (wat valt op)
Let je op wat niet mogelijk is, of kijk je naar wat wel mogelijk is? Dat is het verschil tussen Filippus en Andreas. Jezus daagt Filippus uit en vraagt aan hem: waar kunnen we eten kopen voor deze 5000 mannen? Jezus wil Filippus leren om om te denken. Om buiten de bestaande kaders te gaan denken. Wanneer kopen onmogelijk is, wat is dan nog wel mogelijk. Andreas pakt de draad op. Hij kijkt naar wat nog wel mogelijk is, en stelt dat voor. Maar ook hij heeft door dat dit natuurlijk volstrekt onvoldoende is. Vijf broden en twee vissen door een jongetje aangeboden. Ook hij heeft zijn conclusie direct klaar: daar hebben we niets aan voor zoveel mensen. Maar Jezus heeft een ander plan. Dat plan begint met gebruik te maken van wat er is en daarvoor God te danken. Wie aan Jezus geeft wat hij heeft, mag ontdekken dat Jezus dat kan delen met en voor iedereen. Er blijven 12 maanden met broden over, symbool voor het hele volk van Israël. De mensen herkennen hierin dat de grote profeet gekomen is. Ze koppelen dat aan de verlosser van Israël die hen zal bevrijden van de Romeinen. En ze willen Hem koning maken. Maar Jezus zal een andere koning worden, een koning aan het kruis. En Jezus trekt zich terug in de stilte.

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem dit gedeelte en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Enkele gedachten van mij
Laten we nooit letten op wat er niet is, maar kijken naar wat er wel is. En wat we wel hebben, aanbieden aan Jezus. Hij kan daarmee ongehoorde dingen doen. Maar het blijft een symbool. Jezus dacht ons uit om om te denken. En om vanuit de dankbaarheid te zien wat God wel kan doen.

Oratio (Gebeden)
Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte aan God willen zeggen?
– Aanwezige, open steeds mijn ogen voor wat wel mogelijk is en laat mij niet opgesloten blijven in wat niet mogelijk is. Laat mij het weinige wat ik heb aanbieden aan Jezus, zodat hij het kan vermenigvuldigen.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
⁃ Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

⁃ Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser