Tekst voor vandaag Psalm 109

We lezen de Psalmen op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de Psalm van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Psalm 109 twee keer hardop.

Psalm 109

1 Voor de koorleider. Van David, een psalm.

God, die ik loof, blijf niet zwijgen,
2 want vijandig en bedrieglijk is de mond
van hen die mij beschuldigen,
hun tong spreekt niets dan leugens,
3 ze bestoken mij met woorden van haat,
zonder reden bestrijden ze mij.

4 Ik bid voor hen,
maar mijn liefde roept vijandschap op,
5 ze vergelden goed met kwaad,
woorden van haat zijn de dank voor mijn liefde:

6 ‘Wijs een gewetenloos man aan
die hem aanklaagt bij de rechter.
7 Dat hij schuldig wordt bevonden
en dat zijn gebed God niet bereikt.

8 Dat zijn dagen geteld zijn,
een ander zijn ambt overneemt,
9 dat hij zijn kinderen vaderloos,
zijn vrouw als weduwe achterlaat.

10 Dat zijn kinderen bedelend rondzwerven,
naar eten zoeken in het puin van hun huizen,
11 dat schuldeisers beslag leggen op zijn bezit
en vreemden roven wat hij moeizaam verwierf.

12 Dat niemand hem trouw blijft,
niemand zich ontfermt over zijn kinderen,
13 dat zijn nageslacht voorgoed verdwijnt,
hun naam na hun leven wordt uitgewist.

14 Dat de schuld van zijn voorouders de HEER in gedachte blijft,
de zonde van zijn moeder niet wordt uitgewist,
15 dat hun zonde en schuld de HEER steeds voor ogen staan
en niemand op aarde hun naam nog gedenkt.
16 Want hij bewees aan niemand trouw,
hij vervolgde zwakken en armen,
wanhopigen dreef hij de dood in.

17 Dat de vloek die hij liefhad hem treft,
de zegen die hij een ander misgunde
hem nooit ten deel zal vallen.
18 Dat de vloek hem als een mantel omhult,
zijn lichaam vult als water,
zijn gebeente doordringt als olie.
19 Dat de vloek als het kleed is dat hij draagt,
als de gordel die hij dagelijks omheeft!’

20 Laat zó de HEER mijn aanklagers straffen,
hen die zelf over mij dit kwaad afroepen.

21 Maar u, HEER, mijn God,
doe voor mij wat tot eer van uw naam is:
bevrijd mij, u bent goed en trouw.
22 Ik ben verzwakt en arm,
gewond in het diepst van mijn hart.

23 Ik verdwijn als een schaduw die lengt,
als een sprinkhaan die wordt afgeschud;
24 mijn knieën zijn slap van het vasten,
ik ben tot op het bot vermagerd.
25 Ik wek de lachlust op,
wie mij ziet schudt meewarig het hoofd.

26 Help mij, HEER, mijn God,
red mij in uw trouw,
27 dan zullen zij weten dat het uw hand is,
dat u, HEER, dit hebt gedaan.

28 Komt van hen de vloek, van u verwacht ik zegen,
schande over mijn belagers, vreugde over uw dienaar,
29 hoon zal het kleed zijn van wie mij aanklagen,
schande de mantel waarin zij zich hullen.

30 De HEER zal ik prijzen met luide stem,
hem loven te midden van velen,
31 hij staat de armen terzijde
en redt hen uit de greep van hun rechters.

Lectio (wat valt op)
De crux van deze psalm is dat, zoals de NBV aangeeft, vers 6-19 een citaat is van degene die deze psalmist aanklagen. Het zijn dus de woorden van zijn tegenstanders, en niet zijn eigen woorden. Tegen die achtergrond lichten de eerste vijf verzen en de laatste twaalf verzen dan op. Hij verlangt naar een wooord van God, tegenover al de woorden die zijn tegenstanders in de verzen 6-19 naar hem uiten. Hij laat zich niet door het kwaad meeslepen, ook al wordt zijn liefde met haat beantwoord. Wat hij doet is dat hij gaat bidden (vs.4). In het Nieuwe Testament wordt deze tegendraadse houding vaak aanbevolen.
Die woorden van haat die hij over zich heenkrijgt legt hij dan in zijn gebed aan de Aanwezige voor. En daarmee ontneemt hij ze ook hun kracht. Voor het aangezicht van de Aanwezige hebben die hatelijke woorden geen zeggingskracht meer. Ze stellen niets meer voor omdat de woorden van de Aanwezige de hoogste autoriteit hebben. Daarom was het zo belangrijk dat God niet bleef zwijgen. Daarom de oproep in vers 21: Maar u, Aanwezige, mijn God,
doe voor mij wat tot eer van uw naam is: bevrijd mij, u bent goed en trouw. Want ook al hebben die woorden geen zeggingskracht meer, ze hebben hem wel in zijn hart geraakt (vs. 22). En zo zegt hij: Laat hen maar vloeken, Jij blijft zegenen (vs. 28, vert. Schwüste).

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem een kort gedeelte hieruit en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Enkele gedachten van mij
Wanneer er kwaad over je gesproken wordt, dan kan dat je helemaal in beslag nemen. Wat deze psalm ons leert is dat je het kwade alleen met het goede kan verslaan. Blijf het goede doen, ondanks alles. Blijf zoeken naar de woorden van God. Laat dat licht van God het duister van die hatelijke woorden verdrijven.

Oratio (Gebeden)
⁃ Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte tegen God willen zeggen? …
Aanwezige vul mij iedere dag met uw liefde, en help mij om te bidden voor degene die mij haten.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
⁃ Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

⁃ Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser