Tekst voor vandaag Psalm 80

We lezen de Psalmen op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de Psalm van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Psalm 80 twee keer hardop.

Psalm 80

1 Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Een getuigenis. Van Asaf, een psalm.

2 Hoor ons, herder van Israël,
die Jozef leidt als een kudde.
U die troont op de cherubs, verschijn in luister
3 aan Efraïm, Benjamin en Manasse.

Laat uw kracht ontwaken,
kom, en red ons.
4 God, keer ons lot ten goede,
toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

5 HEER, God van de hemelse machten,
hoe lang nog blijft u vertoornd op uw biddende volk?
6 U liet ons brood van tranen eten
en een stroom van tranen drinken.

7 U hebt andere volken tegen ons opgezet,
onze vijanden drijven de spot met ons.
8 God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,
toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

9 U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte,
en volken verdreven om hem te planten.
10 U gaf hem een ruime plek,
hij schoot wortel en vulde het land.

11 De bergen werden bedekt door zijn schaduw,
de machtige ceders door zijn twijgen,
12 hij strekte zijn takken uit tot de zee,
tot aan de Grote Rivier zijn ranken.

13 Waarom hebt u zijn omheining vernield?
Voorbijgangers plukken hem leeg,
14 wilde zwijnen wroeten hem om,
velddieren vreten hem kaal.

15 God van de hemelse machten, keer u tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer u om deze wijnstok,
16 de stek die uw hand heeft geplant,
het kind dat u zelf hebt grootgebracht.

17 Hij is verbrand en weggehakt,
verkwijnd onder uw duistere blik.
18 Leg uw hand op uw beschermeling,
het mensenkind dat u hebt grootgebracht.

19 Dan zullen wij niet van u wijken.
Laat ons leven, en wij roepen uw naam:
20 HEER, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,
toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

Lectio (wat valt op)
Ondanks alles weten ze zich geleid door de herderlijke geestkracht van God. Met die kracht uit de verhalen van wat Hij gedaan heeft, met die kracht die uitstraalt van de gevleugelde leeuwen (de cherubim) boven de ark in het heiligdom, zoeken ze verbinding. Laat uw kracht ontwaken en bevrijdt ons. Dan komt het refrein. Letterlijk staat daar: Doe ons omkeren, herstel ons. Ze vragen dus om een verandering in henzelf, niet in hun lot. En dat wordt dan op nog een andere manier gezegd: doe lichten uw aangezicht opdat we verlost worden. Het gaat hier om een verlangen naar de ervaring van de aanwezigheid van de Aanwezige. Want bij het aangezicht gaat het om de ervaring van wie God is en alles waar Hij voor staat. Daarom wordt direct in het vervolg ook de naam van de Aanwezige genoemd. Want, in alles wat hen is overkomen aan verdriet en weerstand, zijn ze het contact met Hem kwijt geraakt. En dan klinkt in vers 8 weer het refrein, maar nu wordt niet ‘God’ aangesproken, maar ‘God van de hemelse machten’. Het gaat om Hem die in de geestelijke werkelijkheid het hoogste gezag en de hoogste macht heeft. En weer klinken verhalen van hoe Hij zijn macht heeft laten blijken. Maar dan toch ook die vraag: keer U ook naar ons! Kijk vanuit de hemel, vanuit die geestelijke werkelijkheid, naar ons, en laat ons dat merken (vs.15). Dat noemen ze hun diepste identiteit, hoe God naar hen kijkt. Ze zijn een wijnstok, een stek die Hij heeft geplant, het kind dat Hij zelf heeft groot gebracht. Maar nu kwijnen ze weg. En ze vragen weer om de ervaring van die vaderlijke/moederlijke hand op hun schouder. Die verbondenheid schenkt leven, dan noem je de Naam van God, de Aanwezige. En zo loopt het refrein in deze psalm uit op: Aanwezige, God met het hoogste gezag in de geestelijke wereld, keer ons om zodat we U zien in uw volle werkelijkheid en aanwezigheid. Wanneer dat gebeurt dan zijn we gered.

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem een kort gedeelte hieruit en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Enkele gedachten van mij
In deze psalm wordt de innerlijke ruimte gezocht waarin God weer God kan zijn. Waarin Hij in zijn volle werkelijkheid aanwezig is. Dat niet meer het verdriet, niet de afwijzing, de boventoon zal voeren in ons denken, maar de aanvaarding, de troostvolle Aanwezigheid, de Liefde. Het is het liefdevolle gelaat dat voor je oplicht, en dat zo het duister verdrijft.

Oratio (Gebeden)
⁃ Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte tegen God willen zeggen? …
Aanwezige, God boven alle machten, kom terug. Glimlach met uw vriendelijk gelaat over ons bestaan. Zegen ons daarmee, dat is onze redding.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
⁃ Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

⁃ Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser