Tekst voor vandaag Psalm 74

We lezen de Psalmen op de wijze van de lectio divina (zie voor een uitleg daarvan mijn stukje van 1 januari wat aan het eind hiervan staat), en maken gebruik van de ‘Orde van een persoonlijk morgengebed’ uit het Dienstboek van de Protestantse kerk. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je ook alleen de Psalm van de dag lezen en de lectio met mijn gedachten daarbij.

Lofprijzing
Geprezen zij de Aanwezige, de God van Israel,
de God die wonderen doet, Hij alleen,
geprezen zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,
moge zijn heerlijkheid heel de aarde (en ook mijn leven) vervullen.

Stilte
Adem rustig en wordt innerlijk stil. Neem hier de tijd voor. Leg aan God voor wat je nu bezighoudt.

Lezing
We lezen vandaag Psalm 74 twee keer hardop.

Psalm 74

1 Een kunstig lied van Asaf.

Waarom, God, hebt u ons voor altijd verstoten,
brandt uw woede tegen de schapen die u hoedt?
2 Denk aan het volk dat u ooit hebt verworven,
de stam die u hebt vrijgekocht, uw eigen bezit,
de Sionsberg waar u ging wonen.
3 Kom naar de stad die voor altijd in puin ligt,
de vijand liet niets van het heiligdom heel.

4 In het hart van uw huis brulden uw tegenstanders,
zij zetten er hun zegetekens neer.
5 Zoals met kapmessen wordt ingehakt
op struikgewas en kreupelhout,
6 zo sloegen zij met bijl en breekijzer
al het snijwerk kort en klein.

7 Ze hebben uw heiligdom in de as gelegd,
de plaats waar uw naam woont, verwoest en ontwijd.
8 ‘We vagen alles weg,’ zeiden ze,
en alle godshuizen in het land hebben zij verbrand.
9 Een gunstig teken zien wij niet, niet één profeet meer,
en geen van ons weet voor hoe lang.

10 Hoe lang nog, God, zal de tegenstander u bespotten?
Zal de vijand uw naam voor altijd beschimpen?
11 Waarom houdt uw hand zich in bedwang?
Hef uw machtige hand en sla toe,
12 God, mijn koning van oudsher,
die verlossing brengt in het hart van het land!

13 U hebt door uw kracht de zee gespleten
en de koppen van monsters op het water verpletterd,
14 u hebt de schedels van Leviatan verbrijzeld,
hem als voedsel gegeven aan de dieren in de woestijn,
15 u hebt bronnen en beken laten ontspringen,
altijd stromende rivieren drooggelegd.

16 Van u is de dag, van u is de nacht,
u hebt maan en zon een vaste plaats gegeven,
17 u hebt de grenzen van de aarde bepaald,
zomer en winter – u hebt ze gevormd.

18 Bedenk dit, HEER, nu de vijand u bespot
en dwazen uw naam beschimpen.
19 Geef uw duifje niet prijs aan de wilde dieren,
vergeet uw vernederd volk niet voorgoed.

20 Kom uw verbond met ons na – vol is het land
met duistere oorden, holen van geweld.
21 Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan,
laat zwakken en armen uw naam loven.

22 Sta op, God, verdedig uw zaak,
bedenk dat dwazen u dag na dag bespotten,
23 vergeet het razen van uw tegenstanders niet,
het tieren van uw vijanden – het klinkt voortdurend op.

Lectio (wat valt op)
Overal waar je God kon vinden is dat je uit handen geslagen, weggevaagd, afgebroken. Alles ligt in puin. Het oude vertrouwde is nergens meer te vinden. De grote verhaaltjes van materialisme, egoïsme, eigen belang, eruit halen wat er inzit, alles wat kan moet snel en nu, al deze verhaaltjes hebben het grote Verhaal weggevaagd. Ze maakten veel kabaal en wisten bij stukjes en beetjes al het schone, mooie, goede en heilige af te breken. Niemand weet nog een visioen voor te spiegelen wat ons tot op het bot kan scannen. Plekken van stilte en heiligheid zijn nergens meer te vinden. Hoelang kan God dit nog door laten gaan? Waarom breekt Hij niet door met zijn kracht? Hoe kan Hij zijn aanwezigheid zo te grabbel laten gooien? Er is een rauwe schreeuw naar Hem zodat Hij weer doorbreekt in zijn wereld. ‘Waarom doen je handen niets? Je rechterhand, steek die uit de mouwen! Maak er een eind aan!’ (vs. 11).
Dan houdt de dichter zich voor ogen wie en wat God voor hem is. Hij is zijn koning, Hij heeft het voor het zeggen in zijn leven. Het is deze Koning die verlossing brengt met alles wat Hij doet en wie Hij is. De bevrijding van deze God met de Exodus uit Egypte wordt toegespitst op hoe Hij daarna steeds weer heidense mythische monsters van het kwaad van de troon stoot. Hoe Hij bronnen van leven geeft en wegen naar een nieuwe toekomst opent, dwars door rivieren heen. Er is een besef dat Hij alles omvat en doortrekt, alle tijden en plaatsen, dag en nacht, zomer en winter, tot aan de uiterste grenzen van de aarde. Daar spreekt hij de Aanwezige op aan nu Hij bespot en geminacht wordt.
Het slot van deze psalm is een aanhoudend gebed tot de Aanwezige. De grootsheid en de kracht van God staan tegenover de kleinheid en de fragiliteit van de bidder. Hij benoemt zichzelf als een duifje in groot gevaar. Hij doet een beroep op de verbondenheid van God met hem om de duisternis niet de overhand te laten krijgen. Het gaat erom dat de armen kunnen blijven zingen. Dat is niet zijn zaak, dat is Gods zaak. Hij verlangt ernaar dat deze God, met alles wat Hij is, de strijd aanbindt tegen alles waar Hij door dwazen mee bespot wordt. Het is hemeltergend wat Hem in de schoenen wordt geschoven.

Meditatio (Moment van inkeer en verstilling)
Neem een kort gedeelte hieruit en hoor wat de Aanwezige je hierin vandaag te zeggen heeft. Laat het van je hoofd naar je hart afdalen.
Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘Het is beter om weinig en langzaam in de Bijbel te lezen en te wachten tot het tot je is doorgedrongen, dan misschien wel veel van Gods Woord te weten maar het niet in je op te slaan.’ En St. Franciscus zei: ‘Veel weten en niets smaken, wat baat het?’

Enkele gedachten van mij
Over deze psalm preekte Bonhoeffer na de Kristalnacht in Duitsland toen de glazen van synagogen en Joodse winkels waren ingegooid en de zaken geplunderd. Een scherper profetisch zicht over dit soort gebeurtenissen, dan vanuit deze psalm kan niet getekend worden. Maar ik vind dat deze psalm ook een profetische blik biedt op de situatie waar de kerken in Nederland zich op dit moment in bevinden. Het is de tijdgeest en het zijn geestelijke krachten die nu alles wat heilig is laten verdwijnen uit onze samenleving. Het is niet met fysiek geweld, maar wel met geestelijk geweld waarmee de heiligdommen uit onze samenleving aan het verdwijnen zijn. Het gaat daarbij niet om ons, maar om God en alles waar Hij voor staat. Op Hem mogen en moeten we in dit alles al onze kracht en aandacht richten. Wij hebben in onszelf geen enkele kracht. Je word je bewust dat je niet meer ben dan een duifje. Een duifje is weerloos, maar het staat ook symbool voor de geest van God. De Geest van God die altijd oog heeft voor het weerloze, het zwakke en het onderdrukte.

Oratio (Gebeden)
⁃ Wat zou je zelf vanuit dit gedeelte tegen God willen zeggen? …
Aanwezige, help mij op U gericht te blijven, U steeds weer in het centrum te zetten, om zo staande te blijven in de strijd waarin we staan.

Contemplatio
Verkeer in Gods aanwezigheid ….

Slot
⁃ Voor wie of wat wil je vandaag danken of bidden?
….

⁃ Sluit de gebeden af met het Onzevader als gebed om de heilige Geest:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Ga zo als gezegende mensen de dag in.

Ds. Sjaak Visser